De hoofdregel
Voor scheidingsverzoeken die vanaf 1 januari 2020 zijn ingediend, geldt een maximale looptijd van vijf jaar. Voor oudere scheidingen blijft de vroegere termijn van twaalf jaar van toepassing. De termijn begint op de datum van inschrijving van de scheiding in de burgerlijke stand.
Uitzonderingen
| Situatie | Maximale looptijd |
|---|---|
| Kinderen jonger dan 12 jaar | Tot het jongste kind 12 jaar wordt |
| Huwelijk van 15 jaar of langer, ontvanger bereikt binnen 10 jaar de AOW-leeftijd | Tot de AOW-leeftijd van de ontvanger |
| Huwelijk van 15 jaar of langer, ontvanger geboren op of voor 1 januari 1970 | 10 jaar (overgangsregeling) |
| Onvoorziene zeer ingrijpende omstandigheden | Verlenging door de rechter mogelijk |
Partners kunnen samen een andere looptijd afspreken, korter of langer. Die afspraak hoort in het echtscheidingsconvenant.
Behoefte en draagkracht
De berekening kent twee kanten. Aan de kant van de ontvanger gaat het om de behoefte: het bedrag dat nodig is om ongeveer het levenspeil van het huwelijk voort te zetten. In de praktijk wordt vaak de zogenoemde hofnorm gebruikt: 60 procent van het netto gezinsinkomen tijdens het huwelijk, verminderd met de kosten van de kinderen. Eigen inkomen en verdiencapaciteit van de ontvanger gaan daar vanaf.
Aan de kant van de betaler gaat het om de draagkracht: welk deel van het inkomen overblijft na vaste lasten en een reservering voor eigen levensonderhoud. Kinderalimentatie gaat voor partneralimentatie; die wordt eerst berekend.
Fiscale gevolgen in 2026
- De betaler mag partneralimentatie aftrekken als persoonsgebonden aftrek. Het voordeel is in 2026 beperkt tot het tarief van 37,56 procent, ook als het inkomen in het toptarief valt.
- De ontvanger betaalt inkomstenbelasting over de ontvangen alimentatie.
- Een afkoopsom in een keer is voor beide partijen fiscaal anders dan periodieke betalingen en vraagt een eigen berekening.
Wijzigen en beëindigen
Alimentatie wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd met een door de minister vastgesteld percentage. Bij een wezenlijke wijziging van omstandigheden, zoals baanverlies of een sterk gestegen inkomen, kan een partij de rechter om aanpassing vragen. De verplichting eindigt van rechtswege als de ontvanger hertrouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenwonen alsof hij of zij gehuwd is. Bij samenwonen ligt de bewijslast bij de betaler, en dat bewijs is in de praktijk lastig te leveren.
Voorbereiding op een gesprek
- Jaaropgaven en aangiften van de afgelopen drie jaar verzamelen.
- Een overzicht maken van vaste lasten: woning, verzekeringen, zorgkosten.
- Kosten van de kinderen apart zetten.
- Nagaan of een uitzondering op de vijfjaarsregel van toepassing is.